Programma 1: Werk en inkomen

Financiën

Wat heeft het gekost?

In dit onderdeel geven wij per deelprogramma een toelichting op de afwijking in de baten en de lasten
> 250 duizend euro.

Deelprogramma
(bedragen x 1.000 euro)

Primitieve begroting

Actuele begroting

Rekening 2019

Verschil

Lasten

01.1 Werk en activering

61.149

68.837

63.123

5.714

01.1.1 Regionaal arbeidsmarktbeleid

2.558

7.910

4.586

3.324

01.1.2 Werk

40.469

41.207

39.372

1.835

01.1.3 Maatschappelijke participatie

18.122

19.720

19.165

555

01.2 Inkomen en armoedeverlichting

197.184

197.230

197.947

-716

01.2.1 Uitkeringen

171.650

171.445

173.149

-1.705

01.2.2 Armoede- en minimabeleid

18.482

18.393

17.753

640

01.2.3 Handhaving

1.491

1.473

1.264

209

01.2.4 Schuldhulpverlening

5.561

5.920

5.780

140

Totaal Lasten

258.333

266.067

261.070

4.998

Baten

01.1 Werk en activering

8.821

9.941

10.392

451

01.1.1 Regionaal arbeidsmarktbeleid

839

2.367

2.364

-3

01.1.2 Werk

4.132

4.132

4.267

135

01.1.3 Maatschappelijke participatie

3.850

3.443

3.762

319

01.2 Inkomen en armoedeverlichting

155.690

155.690

154.928

-761

01.2.1 Uitkeringen

154.447

154.447

152.842

-1.605

01.2.2 Armoede- en minimabeleid

396

396

1.001

605

01.2.3 Handhaving

67

67

41

-26

01.2.4 Schuldhulpverlening

780

780

1.045

265

Totaal Baten

164.510

165.631

165.320

-311

Totaal Saldo voor bestemming

93.823

100.437

95.750

4.687

Reserve mutaties

Totaal toevoegingen

0

0

0

0

Totaal onttrekkingen

0

400

400

0

Totaal saldo na bestemming

93.823

100.036

95.350

4.686

Financiële toelichting

1.1 Werk en activering (Bedragen x 1.000 euro)

Lasten
5.714

Baten
451

Saldo
6.165

Werk inzicht (V 3,2 miljoen euro)
Werk in Zicht (WIZ) is een regionaal samenwerkingsverband voor de arbeidsmarktregio Groningen. Gemeente Groningen is centrumgemeente voor de regionale samenwerking en voor de subregio Centraal. Binnen dit samenwerkingsverband worden diverse projecten uitgevoerd. Op een aantal projecten hebben we de beschikbare middelen in 2019 niet volledig uit gegeven. Op het project versterking lokale werkgelegenheid, uitvoering 1000-banenplan, resteert een bedrag van 2,3 miljoen euro. De plaatsing vanuit het 1000 banenplan ligt op schema, hiervoor is minder gebruik van scholing gemaakt dan verwacht. Bovendien betreft het een meerjarig project waarvoor de middelen al volledig in de begroting zitten. Daarnaast hebben we een voordeel van 786 duizend euro op het project 'versterken regionale samenwerking voor kwetsbare werkzoekenden', hiervoor zijn de gelden pas na de zomer beschikbaar gekomen. Op de overige projecten en activiteiten bedraagt het voordeel 128 duizend euro.

Sociale werkvoorziening, SW (V 1,8 miljoen euro)
In de actuele begroting houden we er rekening mee dat de directe loonkosten SW hoger zijn dan de rijkssubsidie SW, waardoor sprake is van een subsidietekort SW. In 2019 hebben we een voordelige afwijking op de subsidie SW gerealiseerd van 1,8 miljoen euro. Dit wordt veroorzaakt door de volgende afwijkingen:

SW oud (V 950 duizend euro)
De afwijking van SW oud bestaat uit de volgende componenten:

  • Loonkosten SW (V 450 duizend euro)

In de meicirculaire 2019 is het budget WSW verhoogd met 1,1 miljoen euro. In de begroting 2019 hebben we rekening gehouden met een loonprijsindexatie van 570 duizend euro. Het verschil, 563 duizend euro, is het gevolg van overige effecten. Hiervan heeft 480 duizend euro betrekking op ons aandeel in de landelijke uitgaven 2018. Door een lagere SW uitstroom dan landelijk is ons aandeel in de landelijke uitgaven toegenomen tot 1,53%. Hierdoor is per saldo een voordeel op de subsidie van de loonkosten SW ontstaan van 677 duizend euro. Daarnaast waren er diverse kleine onvoorziene extra kosten en lagere opbrengsten van per saldo 227 duizend euro nadelig.

  • Begeleid werken (V 123 duizend euro)
    De uitstroom van begeleid werken ligt 3,5% hoger dan voorzien, dit heeft geresulteerd in een voordeel van 123 duizend euro.
  • Transitievergoeding SW (V 377 duizend euro)
    In 2019 is er voor 252 duizend euro transitievergoeding uitgekeerd, hiervan kan 248 duizend euro geclaimd worden bij het UWV. Door de vrijval van de in 2018 gereserveerde premieverhoging van 129 duizend euro bedraagt het totale resultaat op de transitievergoeding 377 duizend euro.

Nieuw beschut (V 255 duizend euro)

In 2019 zijn er in totaal 90 personen in nieuw beschut geplaatst (quotum en in de begroting gingen we uit van 96). Daarnaast zaten er ultimo 2019 circa 9 mensen met een indicatie nieuw beschut in traject tot plaatsing. Op nieuw beschut is per saldo een voordeel ontstaan van 255 duizend euro. Dit voordeel wordt niet veroorzaakt door onder-realisatie maar door andere voordelen. Er is incidenteel een loonkostenvoordeel van 282 duizend euro, ontvangen vanuit de regeling arbeidsgehandicapten. Daarnaast bedraagt de bonus nieuw beschut over de gerealiseerde aantallen 2019 284 duizend euro. Daarentegen zijn de loonkosten nieuw beschut hoger uitgevallen dan begroot. Dit wordt onder andere veroorzaakt doordat de loonwaardemeting in een groot aantal gevallen te hoog is bepaald, waardoor te weinig loonkostensubsidie wordt verstrekt (N 139 duizend euro) en een aantal overige posten (N 172 duizend euro). In 2020 zal een nieuwe loonwaarde meting plaats vinden voor een deel van de doelgroep.

Omzet/Netto Toegevoegde Waarde SW-bedrijf (V 364 duizend euro)
De hogere omzet wordt grotendeels veroorzaakt door de doorgevoerde prijsstijgingen aan klanten (realisatie Dwarskijker). We hebben hiermee al geanticipeerd op de afspraken zoals verwerkt in de begroting 2020.

Overige kosten bedrijfsvoering SW (V 277 duizend euro)
De overige SW gerelateerde kosten bedrijfsvoering vallen 277 duizend euro lager uit als gevolg van een teruglopend aantal SW-medewerkers en een minder grote stijging van het aantal medewerkers Nieuw Beschut dan verwacht.

Bedrijfsvoeringskosten (V 770 duizend euro)
Het voordeel op de bedrijfsvoeringskosten wordt voor 331 duizend euro veroorzaakt door een administratieve verschuiving. De loonkosten van administratie Werk worden gezien als indirect en daardoor niet geboekt in deelprogramma 1.1, maar in deelprogramma 14.1. De begroting 2019 was hier nog niet op aan gepast (zie ook toelichting bij deelprogramma 14.1).
Daarnaast is het project doorontwikkeling KIK onderdeel van Kansen in Kaart later dan gepland gestart, dit heeft in 2019 tot een voordeel van ruim 100 duizend euro geleid. De rest van het voordeel vloeit met name voort uit maatregelen die genomen zijn in verband met de financiële situatie van de gemeente. Dit heeft onder meer geleid tot het invoeren van een vacaturestop met ingang van medio september 2019. Als gevolg hiervan zijn lopende en vrijkomende vacatures niet meer ingevuld, hierdoor is een voordeel ontstaat op loonkosten ambtelijk personeel, inhuurkrachten en overige personele kosten.

Experiment basisbaan (V 232 duizend euro)
Voor de basisbanen is in 2019 250 duizend euro beschikbaar gesteld. Door verschillende oorzaken is er vertraging opgetreden in het uitrollen van de basisbaan. Zo moest er juridisch advies worden ingewonnen in verband met de komst van de Wet Arbeidsmarkt in Balans en in verband met het onderbrengen van de basisbaan bij Thermiek B.V. Door deze vertraging zijn in 2019 alleen advieskosten gemaakt.

Overige (V 163 duizend euro)
Diverse kleinere afwijkingen tellen totaal op tot een voordeel van 163 duizend euro.

1.2 Inkomen en armoedebestrijding

Lasten

Baten

Saldo

(Bedragen x 1.000 euro)

-716

-761

-1.477

BUIG (N 3,7 miljoen euro)
Het voor 2019 begroot nadelig saldo op de BUIG is 10,7 miljoen euro. Dit was een verslechtering ten opzichte van 2018. Belangrijkste oorzaak voor de verslechtering was het tegenvallend BUIG-budget voor 2019. Ten opzichte van deze begroting is het gerealiseerd BUIG-tekort in 2019 3,7 miljoen euro nadelig. Totaal bedraagt het nadelig saldo op de BUIG hierdoor 14,4 miljoen euro.
Ten opzichte van de begroting vallen de lasten 3,0 miljoen euro hoger uit dan begroot. Dit betreft hogere uitgaven voor WWB, IOAW en IOAZ. Het aandeel van de gemeente Groningen in de landelijke uitgaven voor deze regelingen stijgt, terwijl begroot was dat het aandeel in de landelijke uitgaven zou verminderen. Dit gelet op de ontwikkeling in de afgelopen jaren en gelet op de extra genomen maatregelen. Daarnaast zijn de uitgaven voor loonkostensubsidies hoger dan begroot. Hier staan lagere uitgaven voor de BBZ startersregeling tegenover als gevolg van de gunstige conjunctuurontwikkeling.

De baten zijn 0,7 miljoen euro lager dan begroot. Dit wordt veroorzaakt door de verlaging van het BUIG-budget met 3,6 miljoen euro. Deze verlaging wordt hoofdzakelijk verklaard uit bijstelling van het macrobudget 2019 naar aanleiding van lagere realisaties in 2018. Daarnaast is de raming van het aantal uitkeringen van het CPB voor 2019, die het macrobudget voor 2019 mede bepaalt, in 2019 naar beneden bijgesteld. Door de stijging van de uitgaven en de daling van het BUIG-budget wordt het tekort op de BUIG groter dan 7,5 % van het BUIG-budget. Hierdoor ontstaat recht op een vangnetuitkering van 2,6 miljoen euro, wat in de begroting nog niet het geval was. Doordat we ook nog een voordeel op de overige baten BUIG hebben van 0,3 miljoen euro, wordt het nadeel aan de batenkant gereduceerd tot 0,7 miljoen euro.

Bijzondere bijstand (V 757 duizend euro)
Individuele en collectieve bijzondere bijstand (V 821 duizend euro)
De voordelige afwijking op de bijzondere bijstand bestaat uit een voordeel op de individuele bijzondere bijstand van 798 duizend euro en een voordeel op de collectieve bijzondere bijstand van 23 duizend euro.
Het voordeel op de individuele bijzondere bijstand wordt enerzijds veroorzaakt door 545 duizend euro aan hogere opbrengsten. Deze hogere opbrengsten worden grotendeels veroorzaakt doordat in oktober 2019 vorderingen van in totaal 450 duizend euro op (ex) ondernemers zijn opgenomen in verband met de tijdelijke compensatieregeling Bbz (Besluit bijstandverlening zelfstandigen). Ondernemers die in de periode 2014, 2015 en/of 2016 leenbijstand hebben ontvangen op grond van de Bbz die omgezet is in een gift, moesten toeslagen terugbetalen aan de Belastingdienst. De Belastingdienst telde deze giften op bij het inkomen. Omdat het ‘echte’ inkomen in deze periode niet hoger was dan de bijstandsniveau is daarvoor bijzondere bijstand verstrekt. (Ex) ondernemers kunnen nu de betaalde toeslagen terugkrijgen van de Belastingdienst, de in het verleden hiervoor ontvangen individuele bijstand moeten de ondernemers weer aan ons afdragen. Hiervoor hebben wij genoemde vordering van in totaal 450 duizend euro opgenomen.

Daarnaast zijn de uitgaven voor een aantal componenten (zoals aanvullende bijstand jonger dan 21 voor statushouders) minder hoog dan geprognosticeerd.

Wet Kinderopvang (V 101 duizend euro)
In 2019 hebben we net als in 2018 101 duizend euro minder uitgeven aan vergoedingen voor de Wet Kinderopvang dan begroot. In het verleden hadden we tekorten op deze post. Daarom hebben we het beleid aangepast. We zijn strenger met het toekennen van vergoedingen. Aan de andere kant zoeken we ook naar mogelijkheden om voor bepaalde doelgroepen de toekenning te versoepelen.

Individuele inkomenstoeslag (N 165 duizend euro)
Het resultaat op de individuele inkomenstoeslag is 165 duizend euro nadelig. In 2019 is via het coalitieakkoord 270 duizend euro extra budget beschikbaar gesteld. Ondanks dit extra budget bedraagt het tekort 165 duizend euro. Het tekort wordt vooral veroorzaakt door het groeiende aantal deelnemers aan de regeling. Sinds 2018 wordt de uitkering grotendeels ambtshalve verstrekt en voor een klein deel op basis van een aanvraag. Deze proactieve verstrekking leidt tot extra verstrekkingen.

Bedrijfsvoeringskosten (V 720 duizend euro)
Het voordeel vloeit met name voort uit maatregelen die genomen zijn in verband met de financiële situatie van de gemeente. Dit heeft onder meer geleid tot het invoeren van een vacaturestop met ingang van medio september 2019. Als gevolg hiervan zijn lopende en vrijkomende vacatures niet meer ingevuld, hierdoor is een voordeel ontstaat op loonkosten ambtelijk personeel en overige personele kosten. Anderzijds is sprake van een vrijval op een aantal bedrijfsvoeringsbudgetten door gerichte sturing en sobere bedrijfsvoering.

Schuldhulpverlening (V 417 duizend euro)
In de septembercirculaire 2018 is er vanuit het rijk extra geld (jaarschijf 2019 232 duizend euro) voor de jaren 2018 tot en met 2020 ter beschikking gesteld voor de versterking van het gemeentelijke armoede- en schuldenbeleid. Dit budget is in 2019 niet ingezet omdat we dit wilden aanwenden voor de WIJ-teams en eurocoaches in 2020. Daarnaast zijn de opbrengsten van de buitengemeenten hoger dan begroot en is er sprake van een vrijval op de bedrijfsvoeringsbudgetten als gevolg van gerichte sturing en sobere bedrijfsvoering.

Armoedebeleid (V 291 duizend euro)
Scholing en wijkvernieuwing hebben we vanuit andere bronnen betaald, hierdoor waren de bijdragen vanuit Armoedebeleid niet nodig. Daarnaast hebben we subsidie vanuit voorgaande jaren terug ontvangen. Tot slot is de verwachte groei van het gebruik van de Stadjerspas voor een deel gerealiseerd.

Overige (V 38 duizend euro)
Diverse kleinere afwijkingen tellen totaal op tot een voordeel van 38 duizend euro.

Deze pagina is gebouwd op 06/30/2022 16:43:17 met de export van 06/30/2022 16:19:59